|
Startpagina > Casestudies > Het Europees aanrijdingsformulier
Het Europees aanrijdingsformulier
Iedereen weet dat hij bij een verkeersongeval een aanrijdingsformulier moet invullen.
De noodzaak tot correct invullen en de gevolgen ervan zijn belangrijker dan gedacht.
Immers door het invullen van dit formulier worden de aansprakelijkheden van de betrokkenen vastgelegd. Uw verzekeringsmaatschappij heeft dit formulier nodig om alle betrokken partijen te identificeren en om de schade te regelen. Een goed ingevuld formulier maakt het mogelijk de schade op een snelle manier te regelen en misverstanden te vermijden. Het is van groot belang dat de schets volledig en nauwkeurig wordt opgesteld. Van zodra het formulier wordt getekend, kan het als bewijsstuk worden aangewend voor de rechtbank.
Wanneer invullen ?
U vult het formulier in telkens als U als bestuurder van een voertuig betrokken bent bij een ongeval en U materiële en/of lichamelijke schade hebt. U bent bestuurder van een voertuig als U een fiets, bromfiets, motorfiets, quad, personenwagen, lichte vrachtauto, vrachtwagen, bus etc bestuurt. Materiële schade is de schade aan het bestuurde voertuig. Lichamelijke schade is de schade aan Uzelf en/of Uw passagiers. Het ongeval kan zich voordoen op de openbare weg, de naastgelegen bermen of een parking toegankelijk voor het publiek.
Wat invullen ?
Bekijk vooreerst rustig de situatie. Probeer indien mogelijk de voertuigen af te tekenen. Indien U meent dat er getuigen het ongeval gezien hebben, vraag die dan te blijven staan of minstens hun naam en adres op te geven. Deze namen en adressen vult U in in rubriek 5.
Het is van het grootste belang dat U de aanwezige getuigen vermeldt op het formulier. Getuigen die achteraf opduiken zullen bij discussie moeilijk of niet aanvaard worden.
Elke partij vult zijn kant in onder voertuig A en voertuig B. Laat niet toe dat de andere partij Uw deel invult. U heeft er alle belang bij dat zelf te doen. Indien U echt in de onmogelijkheid bent uw deel in te vullen, lees dan zeer goed na of alles correct is ingevuld.
Van belang is rubriek 14 aangezien U hier een zeer korte versie kunt geven van het ongeval zoals U denkt dat het gebeurde, vul deze rubriek zo mogelijk zeker zelf in.
Indien U niet akkoord komt met de tegenpartij over het invullen van het formulier, dan kan U de politie bellen. Aan de politie vertelt u de feiten en niets anders dan de feiten. Aan de politie verklaart u niet dat u volgens u in fout was. Een dergelijk oordeel komt enkel toe aan uw verzekeraar. Meermaals zijn er verzekeringsmaatschappijen geweest die weigerden tot uitbetaling over te gaan om dat hun verzekerde zichzelf in de fout verklaarden. Bepalen wie fout heeft, bepaalt de verzekering. Door zelf hierover verklaringen af te leggen beperkt U namelijk de rechten van uw eigen verzekeringsmaatschappij en dit is u niet toegestaan. Uw verzekeringsmaatschappij komt inderdaad tussen om uw belangen te verdedigen. Wanneer u zelf fout erkent voor het ongeval kan uw verzekeraar zich op dit punt niet meer verdedigen. Terecht zou uw verzekeringsmaatschappij U dit kunnen kwalijk nemen en schadevergoeding van u terugeisen.
Gevolgen van het ingevulde formulier.
De ondertekende ongevalsaangifte heeft ten aanzien van de ondertekenaar volle bewijskracht en kan niet herroepen worden.
Dit geldt evenwel enkel wat de feitelijkheden betreft die worden vermeld op de aangifte en niet voor wat de door partijen gemaakte gevolgtrekkingen met inbegrip van de respectieve verantwoordelijkheid aangaat.
De uiteindelijke evaluatie der verantwoordelijkheid behoort bij betwisting de rechtbank toe en niet de partijen, zodanig dat de rechtbank niet gebonden is door de door partijen gegeven appreciatie in de ongevalaangifte.
Het behoort aan de in het ongeval betrokken bestuurders om, voor zover zij geen tussenkomst van politionele diensten opportuun achten, op een nauwgezette en grondige wijze de hen ter beschikking gestelde ongevalsaangiften in te vullen en toe te lichten.
De opmerkingen en gegevens, die de in het ongeval betrokken bestuurders op hun aangifte aanbrengen, moeten worden beoordeeld zowel door acht te slaan op hun uitdrukkelijke verklaringen als door rekeningen te houden met de eventuele afwezigheid van betwisting van de verklaring van de tegenpartij.
Elke andere interpretatie zou voor gevolg hebben dat aan een opgemaakte en ondertekende aangifte alle bewijskracht wordt ontnomen. (Pol. Dendermonde, 6 februari 2006)
Door het aanrijdingformulier in te vullen en te ondertekenen zonder de feitelijke gegevens daarop vermeld door de andere in het ongeval betrokken bestuurder en waarvan hij kennis nam, ook maar enigszins tegen te spreken, heeft de eerste bestuurder de feitenversie van de andere impliciet bijgetreden. (Pol. Brussel (11e k.) 24 november 2003, Verkeersrecht 2003, afl. 9-10, 361.)
Indien een partij dus niet akkoord gaat met de versie van de andere bestuurder opgegeven in het vak ‘opmerkingen’, dan moet deze dat uitdrukkelijk vermelden in zijn vak ‘opmerkingen’.
Zoals reeds aangehaald is het van belang om de eventueel aanwezige getuigen te vermelden op de aangifte.
Er is geen wettelijke verplichting dat dat moet doch het sluit bij discussie nadien veel problemen uit.
Als de getuige met naam en adres vermeld wordt op de aangifte, kan er bij discussie later voor de rechtbank altijd overgegaan worden tot het horen van deze getuige door de rechtbank.
Aangezien het geen wettelijke verplichting is, kunnen getuigen die niet op de aangifte vermeld staan toch nog als getuige aanvaard worden, maar dan is het wel vereist dat het om een objectieve en onafhankelijk getuige gaat (bv. een winkelier voor wiens winkel een ongeval gebeurde) De rechtbank kan deze getuige evenzeer oproepen zelfs al is hij niet vermeld op de aangifte. Getuigenissen voor de rechtbank moeten immers steeds afgelegd worden onder ede en op meineed (dwz liegen) staan straffen.
Doch er moet rekening gehouden worden met het feit dat een aantal rechtbanken getuigen weigeren die pas veel later opduiken en die niet vermeld staan op de aangifte.
Dikwijls gebeurt het ook dat na het opmaken en ondertekenen van de ongevalsaangifte, een van de partijen (dikwijls op aanraden van de verzekeringsmakelaar) nadien toch nog een klacht gaat neerleggen bij de politie die dan een strafdossier gaat opmaken van de feiten.
De vraag die zich dan stelt, is wat er primeert : de ongevalaangifte of het strafdossier ?
Er zijn rechtbanken die in dat geval toch de ongevalsaangifte laten primeren met als motivatie dat dit de versie is die onmiddellijk na het ongeval werd gegeven. (bv. Gent, 27.03.1995, TAVW, 1997, 132)
Het meest logische lijkt dat men geval per geval gaat onderzoeken en de aangifte en het strafdossier naast elkaar gaat leggen om daarin contradicties en gelijklopende punten te zoeken. Desgevallend kunnen deze twee bewijsstukken worden aangevuld met andere bewijsmiddelen en getuigenverklaringen.
De rechtbank zal dan op basis van het geheel aan bewijsstukken een oordeel vormen.
De rechtbank beoordeelt elk verkeersongeval immers soeverein, dat wil zeggen dat de beoordeling van een verkeersongeval uiteindelijk afhangt van de zienswijze van een rechter op de hem voorgelegde bewijsstukken.
Conclusie
Hoe meer men zorg besteedt aan het invullen van de ongevalaangifte, hoe minder problemen men achteraf kan hebben.
Bij het minste probleem of wanneer er zich teveel discussies voordoen met de tegenpartij aangaande het invullen van dat formulier, is het sterk aangeraden om de politie te bellen. Zij zullen dan helpen met invullen of een strafdossier opmaken.
Van belang zijn vooral de rubrieken met de verklaringen van de partijen, de schets en het vermelden van eventuele getuigen.
Eenzijdige verklaringen die één van de partijen nadien zou bijbrengen bij het dossier hebben geen waarde aangezien wat nadien volgt, meestal na rijp beraad en overleg gedaan is en belangengericht.
Isabelle PIEYNS
|