Albrechtlaan 18
9300 Aalst

Tel. +32 53 21 26 92

Heuvel 28
9320 Erembodegem
(Aalst)

Tel. +32 53 78 90 98

Startpagina > Casestudies > De niet-geprotesteerde en toch niet aanvaarde factuur

De niet-geprotesteerde en toch niet aanvaarde factuur

  1. Iedere handelaar wordt wel eens geconfronteerd met betwistingen nopens niet-betaalde facturen. Vaak gaat het over facturen waaromtrent door de bestemmeling geen protest werd geuit en waarvan de raadsman der handelaar dan ook gaat argumenteren dat de vordering niet betwistbaar is gelet op art. 25 W.Kph. De eiser heeft het desbetreffend vaak gemakkelijk en iedere bijdetijdse advocaat heeft in zijn tekstverwerking wel standaard een opsomming van rechtspraak welke hij ter ondersteuning kan inroepen.
    In een veel benarder positie bevindt zich de partij die als verweerder geconfronteerd wordt met facturen waaromtrent geen formeel protest kan voorgebracht worden. Hoewel deze situatie penibel is, toch hoeft ze niet hopeloos te zijn.
  2. Art. 25 W.KPh. stelt ‘koop en verkoop kan bewezen worden door middel van aanvaarde facturen’. Deze regeling geldt strikt genomen voor ‘koop en verkoop’ doch er wordt aangenomen dat deze regel ook geldt voor andere handelsrechtelijke transacties.
  3. Van belang is vast te stellen dat deze wettelijke bewijsregel geldt voor aanvaarde facturen. Dit houdt in dat eens men stelt dat de factuur aanvaard is, men geen tegenbewijs meer zal kunnen leveren. Voor de ‘koop-verkoop’ geldt dit als wettelijk vermoeden, voor de andere handelstransacties als een feitelijk vermoeden. Hier ligt het wezenlijk onderscheid tussen de niet-geprotesteerde factuur en de aanvaarde factuur. Van de niet-geprotesteerde factuur staat wel nog het tegenbewijs open dat de factuur weliswaar niet werd geprotesteerd doch dat zulks niet betekent dat ze daardoor werd aanvaard ( Luik, 18 december 2001, T.B.H., 2002, 635).
  4. Het stilzwijgen moet omstandig zijn om als bewijs van aanvaarding te gelden, en met andere woorden voor geen andere uitleg vatbaar zijn gelet op de omstandigheden. Het stilzwijgen kan evengoed duiden op onverschilligheid, ja zelfs gierigheid van de bestemmeling en niet op een aanvaarding ( Kph. Dendermonde, 22 september 2005, niet gepubl.). Er kunnen dus elementen zijn die van die aard zijn dat aan het stilzwijgen een andere verklaring wordt gegeven ( Hof Antwerpen, Njw, 2003, 706 ). Eén en ander kan ook afhangen van de onderliggende overeenkomst : de termijn om een factuur te protesteren dient bvb. ruimer genomen te worden bij aannemingsovereenkomsten daar in dergelijke gevallen het controleren der rekeningen meer tijd vergt ( Vred. Aalst 2, 24 september 2004, niet gepubl. ).
  5. Ingeval van niet geprotesteerde factuur zal dus veel zorg moeten besteed worden aan het overtuigen der rechtbank dat in dat geval het gebrek aan protest toch niet als aanvaarding geldt.

D. Van Ransbeeck