Albrechtlaan 18
9300 Aalst

Tel. +32 53 21 26 92

Heuvel 28
9320 Erembodegem
(Aalst)

Tel. +32 53 78 90 98

Startpagina > Casestudies > De invloed van de professionele situatie van partijen op de beoordeling van de bilocatie

De invloed van de professionele situatie van partijen op de beoordeling van de bilocatie

 

Hieronder vindt u een bespreking van de invloed van de beroepsactiviteit der ouders op de beoordeling van een bilocatie (of tweeverblijf of verblijfsco-ouderschap)


1.1. Beoordeling vóór de wet d.d. 18.07.06


Door de breuk der ouders wordt het gemeenschappelijk plan voor de respectieve loopbanen en het op zich nemen van de opvoeding van de kinderen noodzakelijk ontregeld en moeten de ouders dit herdenken . Het feit dat de vader tijdens het samenleven minder zou hebben geïnvesteerd dan de moeder in de verzorging van de kinderen en alles wat daarmee verband houdt, werd niet aanzien als voldoende om a priori te concluderen dat de bilocatie tegen de belangen der kinderen was .

De omstandigheid dat een ouder minder beschikbaar zou zijn is hierbij geen hinderpaal voor de uitoefening van een bilocatieregeling . Hulp van een oppas, hulp van ouders of het zich laten vervangen door derden voor bepaalde materiële taken werd immers aanvaard .

Wanneer beide ouders werken, kan de bilocatie de regeling van partijen zelfs vergemakkelijken .

Méér nog, wanneer één van de ouders gedurende een huisvestingsperiode van de kinderen persoonlijk onbeschikbaar zou zijn, werd niet beslist dat de kinderen noodzakelijkerwijze bij de andere ouder moeten terugkeren . Evenmin dient de andere ouder tussen te komen indien een ouder voor bepaalde dagen beroep moet doen op derden om de opvang van de kinderen na school te verzekeren .

Waanneer evenwel één van de ouders ondanks alles objectief gezien geringer beschikbaar was, werd dit wel aanzien als een hinderpaal voor de bilocatie .


1.2. De wet d.d. 18.07.06


De professionele situatie van één of van beide ouders kan een factor zijn waarop de rechter zich kan steunen om een bilocatie in een concreet geval niet op te leggen.

In de voorbereidende werkzaamheden werd bij herhaling de onbeschikbaarheid van één der ouders aangehaald als een objectief criterium waar de rechter rekening kan mee houden.

Wel werd er op gewezen dat het moet gaan over een ernstig onevenwicht want dat dit criterium niet meteen al nadelig mag zijn voor de ouder die een beroepsactiviteit uitoefent. In veel zelfs niet gescheiden gezinnen werken beide ouders en moeten zij ook de nodige maatregelen nemen om hun kind op te vangen .

Er werd ook op gewezen dat glijdende werkuren het meer en meer mogelijk maakt arbeid aan te passen aan de noden van het gezin, dat ouderschapsverlof openstaat én deeltijds werken als wettelijke mogelijkheid .


1.3. Beoordeling na de wet d.d. 18.07.06

De in rechtspraak ontwikkelde beoordeling blijft relevant.

Het gaat niet op bij een scheiding te ontkennen of af te wijzen hetgeen tijdens het samenleven verlangd wordt. Dat beide ouders werken is in de huidige maatschappelijke context moeilijk anders denkbaar om een aanvaardbare levensstandaard te bereiken. Die werksituatie betekent dat de ene ouder niet minder ter beschikking is van de kinderen dan de andere ouder of elke buitenshuis werkende ouder. Het feit dat sporadisch een beroep wordt gedaan op derden bvb. een grootouder of een nieuwe levenspartner voor de opvang der kinderen wijst op zich niet op onvermogen om in te staan voor de opvoeding der kinderen .

Het gegeven dat een partij in een ploegenstelsel werkt, werd op zich niet aanvaard als reden om af te wijken van bilocatie .

 

De werkelijke beschikbaarheid voor de kinderen blijft evenwel aanzien worden als een in aanmerking te nemen factor .


Daniël Van Ransbeeck
Advocaat-vennoot.